Kort verhaal – De vondst

Het was een tijd dat de wereld behoorlijk grijs aandeed. In het gedeelte waar de man woonde en werkte tenminste. Wat je kon zien als je om je heen keek was het grijs van hoge flatgebouwen, het grijs van de stoep en het grijs van het asfalt. Een enkel kunststuk om de boel wat op te leuken was van staal en daarom ook…grijs…
Soms vroegen de mensen zich nog wel eens af wanneer het nou precies verkeerd was gegaan. De meesten konden zich nog wel herinneren hoe verschillende politieke beslissingen en moderne ontwikkelingen die het leven vergemakkelijkten ervoor hadden gezorgd dat alle groen langzaam was verdwenen. Maar sinds wanneer was dit eigenlijk te ver doorgeslagen? Bomen, struiken en gras kende men de laatste tien jaar vooral uit advertenties van luxe reisaanbieders.  Dit soort reizen waren erg duur. De mensen moesten er namelijk sinds een aantal jaar voor naar de andere kant van de wereld reizen. Daar bevond zich nog een eenzaam gebied met groen. De natuur was definitief teruggedrongen. De meeste mensen waren er inmiddels aan gewend. De ontwikkeling was geleidelijk gegaan en deze ontwikkeling had voor zoveel nieuwe luxe en comfort gezorgd dat de mensen het grijs op de koop toe namen. 


Toch waren er ook uitzonderingen. Enkelingen die wanhopig verlangden naar de tijd dat er nog bos of veld buiten de stad te vinden was of gewoon gras naast een fietspad. Zij die ervan droomden dat dit grijs ooit weer terug te winnen was voor de natuur. Een dergelijke idealist was zo ook de man die 3 stadsblokken achter het zakencentrum woonde. Hij viel niet op, trouw als hij elke dag op zijn werk verscheen en onzichtbaar als hij eigenlijk was in de straat waar hij woonde. De mensen bemoeiden er zich niet veel met elkaar. Niet in de realiteit tenminste. Via de online wereld zocht iedereen elkaar op in zijn of haar eigen netwerk met hun eigen bezigheden. Deze man was al een tijdje bezig met het project ‘stad en gewas’ in zijn netwerk van groene idealisten. Het was een netwerk dat via onzichtbare wegen zorgde voor toevoer van zaden die anderen her en der in de steden verspreidden in de hoop dat ze ooit een bloem, struik of sterke plant zouden vinden welke op zou komen en het vol zou houden tussen al dat grijs. Soms vroeg ook de man zichzelf af of het ooit wel zou lukken. Het was al zo lang geleden dat hij in prachtige stadsparken had geslenterd. Weemoedig werd hij er soms van. Het grijs kon zijn humeur soms volledig overnemen. Zijn dromen hielpen hem echter om vol te houden. Het was tot op heden nog nergens gelukt een van de zaden te laten ontkiemen. 

Op een ochtend die leek op alle andere, pakte de man zijn spullen in en liep naar zijn werk even verderop. Een bleek lentezonnetje scheen over de stad. Het waaide flink en de man koos voor de beschutte smallere straten in plaats van de grote weg waar hij doorgaans langs liep. Hij liep door een smalle donkergrijze straat toen hij het opeens zag. Van schrik bleef hij even stilstaan om te zien of zijn ogen hem niet bedrogen. Snel keek hij om zich heen, of iemand hem zou zien, en liep toen snel naar het verschijnsel toe. Hij boog zich om het beter te bekijken en zijn ogen werden groot. Het was echt zo! Het was gelukt! Het was echt: voor hem, tussen twee stoeptegels, was een bloem opgekomen, een klaproos. Een Klaproos! De man sprong op en huppelde even. Een bloem had zich in het minimum aan aarde tussen het grijs van de stoep heen gewerkt en stond nu in bloei. Het was een wonder. De man bleef ernaar kijken, totdat hij zich realiseerde dat hij te laat zou komen op zijn werk. Maar…hij besefte dat hij dan de bloem moest achterlaten. Even raakte hij in paniek. Hierover had hij nog nooit nagedacht! Hij boog zich weer naar de bloem toe welke straalde in het zonlicht. Hij wilde het liefst de klaproos bewaren en overal laten zien. Maar hij voelde aan dat indien hij haar zou plukken, de bloem dit niet zou overleven. De man zuchtte eens diep. Hij keek verdrietig naar de klaproos welke meewaaide met de wind. De tijd tikte door en hij had besloten. Nog even keek hij naar het wonder dat hij voor zich zag. Hij raakte voorzichtig de blaadjes aan en stond toen weer op. Zonder om te kijken liep hij door naar zijn werk. De man was vervuld met verdriet. Het was gelukt een keer een bloem op te laten komen, hij zou het goede nieuws verspreiden in zijn netwerk. Het zou een golf van enthousiasme verspreiden onder mensen die mogelijk de moed al hadden opgegeven. Maar zijn gedachten waren bij deze bloem die hij in het echt had gezien. En waarvan hij vreesde deze nooit meer te zullen zien. Waarschijnlijk zou de klaproos tegen het eind van de dag, als hij weer terug zou lopen naar huis, verdwenen zijn. Geplukt door een enthousiasteling zonder verstand, of erger nog, vertrapt door iemand die de klaproos niet eens zou opmerken. 

De man was op kantoor aangekomen en ging die dag, net zoals andere dagen, aan de slag. Verslagen nipte hij aan zijn koffie en dwong zichzelf opgewekt te kijken zodra een collega hem begroette. De muziek op de radio klonk alsof er niks aan de hand was. De wereld was echter veranderd. Maar de wereld was nog meer veranderd dan dat de man op dat moment besefte. Spoedig zou hij dit zien en zou hij zijn verslagenheid vergeten. Even verderop in de kleine donkergrijze straat gebeurde namelijk iets waar de man nooit van had kunnen dromen: zaden van de klaproos lieten los en waaiden mee met de wind. En her en der vonden de zaadjes hun weg in het zand tussen de stoepranden. Een wind zwakte af, bewolking nam de lucht over en het begon te regenen. De bloem liet die dag haar blaadjes los, maar het werk was gedaan. De wereld was nog steeds grijs op de dag dat de man de klaproos had gevonden. Het regende zelfs. Maar niets zou ooit meer hetzelfde zijn.

Dit verhaal heb ik eerder op broedgebied.nl  gepubliceerd. Speciaal voor alle nieuwe lezers heb ik het op mijn eigen blog opnieuw gepost!